Les 4,
Onderdeel 14
In Progress
Fiche 14 – Begrip en basiskennis van leerlingen controleren
Les Progress
0% Complete
MANAGEMENT/EVALUATIE
Klassituatie
De leerkracht legt termen/begrippen/symbolen uit en gaat na of de leerlingen ze begrepen hebben.
- De leerkracht legt termen uit.
- De leerlingen moeten op hun droog-uitwisbaar bordje schrijven welke term bij het gevraagde thuishoort.
Bijvoorbeeld:
- termen
actief en passief in een balans
de verzamelingen N, Z, Q
herbivoren, carnivoren, omnivoren
- vragen
Waar staat ‘gebouwen’?
In welke verzameling hoort 8/4?
Tot welke groep behoort het varken?
De leerkracht legt spellingsregels uit en gaat na of de leerlingen ze kunnen toepassen.
- De leerkracht dicteert woorden waarop de leerlingen de uitgelegde
spellingsregels moeten toepassen. - De leerlingen schrijven de woorden op hun bordjes.
De leerkracht toetst parate kennis en de kennis van feiten.
- De leerkracht toetst of bij de leerlingen de feitenkennis aanwezig is waarop deze les voortbouwt. Bijvoorbeeld: ‘Geef de datum van de Franse revolutie’.
- De leerkracht gaat na of de leerlingen de nodige formules nog kennen.
Bijvoorbeeld: ‘Geef de formule van dichtheid.’
Klassituatie
De leerlingen lossen zelfstandig een oefening op.
- De leerkracht schrijft een oefening op het bord.
Bijvoorbeeld: ’een vergelijking’. - De leerlingen lossen die oefening op.
- De leerkracht schrijft alle antwoorden op die de leerlingen op
hun bordjes hebben staan en turft de frequentie van de antwoorden. - Er wordt besproken welk antwoord juist is en waarom.
Voordelen
- Alle leerlingen zijn actief bij de les betrokken.
- De leerkracht heeft dadelijk een beeld van de kennis en kunde van alle leerlingen van de klas.
- Ook verlegen leerlingen antwoorden op de vragen.
Nadelen
- Enkel geschikt voor korte antwoorden. De leerkracht moet in een oogopslag het antwoord kunnen beoordelen.
Materiaal
Per leerling:
- een droog-uitwisbaar bordje of een doorschijnend plastieken mapje met daarin een wit blad
- een uitwisbare stift
- een wisser of vodje om het bordje proper te maken (wordt best aan het bordje vastgemaakt)
Voorbereiding
Bespreking van het gebruik van het droog-uitwisbaar bordje:
- De leerkracht stelt een vraag.
- De leerlingen noteren het antwoord op hun bordje.
- De leerlingen steken het bord omhoog zodat de leerkracht het antwoord kan lezen.
- De leerkracht beoordeelt de antwoorden en geeft feedback.
Voor het gebruik van het droog-uitwisbaar bordje – zie ook:
Fiche 2: ‘Hoe leer ik leerlingen stapsgewijze schema’s instuderen?’
Fiche 6: ‘Hoe kan ik alle leerlingen bij het opbouwen van een redenering
betrekken?’