Les Progress
0% Complete
LEERPROCES/EVALUATIE
Klassituatie
De leerlingen markeren kernwoorden.
- De leerlingen lezen een vraag en markeren de kernwoorden:
- woorden die aangeven waarover de vraag gaat, bijvoorbeeld ‘plooikies’
- woorden die aangeven wat de leerlingen moeten doen, bijvoorbeeld: ‘teken’
- signaalwoorden, bijvoorbeeld: ‘niet’
- De leerkracht dicteert een vraag en de leerlingen noteren enkel de kernwoorden.
De leerlingen nummeren de deelvragen.
- De leerling leest de vraag en nummert de deelvragen. Bijvoorbeeld: ’Teken een plooikies (1) en geef de functie ervan (2).’
- De leerkracht dicteert een samengestelde vraag en de leerling noteert ze als verschillende deelvragen.
Voordelen
- De leerlingen structureren de vraag eerst alvorens ze te beantwoorden.
- Als de leerkracht vragen dicteert, kunnen leerlingen die traag schrijven dadelijk de kernwoorden noteren.
- Op die manier verkrijgt de leerkracht belangrijke informatie over de manier waarop een leerling een vraag interpreteert.
Nadelen
- Sommige leerlingen besteden teveel tijd aan het zoeken van kernwoorden in de vraag. Het oplossen van de vraag moet nog altijd de hoofdopdracht blijven.
Vooraf
- De leerkracht leert de leerlingen kernwoorden in vragen aanduiden. Bij de eerste toetsen gebeurt dit klassikaal.