Les Progress
0% Complete
DIFFERENTIATIE/LEERSTOF
Klassituatie
De leerlingen maken zelfstandig oefeningen.
- De leerlingen wisselen per twee schriften uit en vergelijken oplossingen.
Zij bespreken samen wie het juist heeft en waarom. De leerkracht biedt hulp. - De leerlingen controleren elkaars oplossingen en bieden hulp bij het
verbeteren. De coach (zie: ‘Vooraf’) legt uit wat fout is. - De leerkracht verbetert de oefeningen van de twee snelste leerlingen.
De leerlingen gaan mee rond en verbeteren bij medeleerlingen.
De leerlingen geven elkaar uitleg en hulp over een basistechniek.
- De leerkracht legt een techniek uit aan het bord,
bijvoorbeeld: een constructie met passer. - De leerlingen voeren de techniek uit samen met de leerkracht.
- De leerlingen voeren de techniek meteen uit als toets.
- De leerlingen die de norm halen geven extra uitleg aan leerlingen
die de norm niet halen. - De leerlingen oefenen tot ze de norm halen.
Een sterke leerling coacht een zwakke leerling over verschillende lessen heen.
- Een leerling blijkt opvallende problemen te hebben met een vak.
- Een leerling die toe is aan verrijking springt in als permanente coach.
Snelle leerlingen hebben verrijkingstaken met correctiemodellen.
- Zij werken per twee een reeks oefeningen af en verbeteren door vergelijking.
- Zij bespreken de verschillen en zoeken naar de juiste oplossing.
- Zij controleren met de correctiesleutel.
- De leerkracht geeft ondertussen les aan de rest van de klas.
Voordelen
- De leerkracht heeft meer (didactische) tijd voor leerlingen die hulp en aandacht nodig hebben.
- Leerlingen krijgen meer individuele hulp en uitleg.
- Leerlingen blijven actiever.
- Leerlingen met nood aan uitdaging hebben meer gevarieerde taken.
- Er kan sneller met niveaugroepen en differentiatie gewerkt worden.
- Leerlingen leren zelfstandiger werken.
- Coachen betekent ook bewuster omgaan met leerstof.
- De basiskennis is beter gekend en beklijft beter.
- Op sociaal gebied is dit voor de leerlingen ook een enorme verrijking.
Nadelen
- De klas is rumoeriger.
- De leerkracht verliest sneller het overzicht.
- Enkel mogelijk bij goed afgebakende lesonderdelen.
Materiaal
- correctiesleutels
- duidelijk bepaalde doelstellingen over de leerstof die de leerlingen moeten kennen
- differentiatieleerstof en verrijkingstaken
Vooraf
- Leerlingen leren wat coachen betekent:
- De medeleerling hulp geven om een deel leerstof te kennen.
- De medeleerling uitleg geven bij een techniek of oefening.
- Afspraken maken over coaching:
- waar? moet het in hetzelfde klaslokaal?
- hoe? mag er gepraat worden? hoe luid? hoe lang?
- wat als leerling niet met coach wil samenwerken?
- mogen groepjes gewisseld worden?
Opmerking
Zwakkere leerlingen treden ook soms op als begeleider, bijvoorbeeld bij het controleren van de agenda en als medeleerlingen elkaar ondervragen. Niet elke snelle leerling is een goede coach. Die leerlingen ‘weten’ soms gewoon de oplossing en kunnen niet goed uitleggen hoe ze daartoe gekomen
zijn.